Kunnen de belastingen naar beneden in Moerbeke?

Je hebt ongeveer 5 minuten nodig om deze tekst te lezen.

Wij krijgen soms de vraag of we de belastingen de volgende legislatuur gaan verlagen. Meer specifiek heeft men het dan op de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing, om die van 1860 onmiddellijk naar het gemiddelde Vlaamse niveau van 1391 te brengen en gefaseerd naar 1250, hetzelfde niveau als Lokeren. We hebben inderdaad de belastingen verhoogd en dat is niet prettig. Maar dat dit noodzakelijk was, bewijst het feit dat de oppositie dit elk jaar mee goedkeurde (met uitzondering van het eerste jaar, om de reden dat ze eerst een ‘begrotingsplan’ wilden, wat dat ook moge zijn. En in de feiten zijn de belastingen in Moerbeke niet hoog, integendeel, maar straks meer daarover. Alvorens te antwoorden op deze begrijpelijke vraag eerst wat duiding bij deze belasting.

Ten eerste moeten we eigenlijk al dit gemeentelijk tarief corrigeren: de gemeentelijke opcentiemen bedragen 1170 en geen 1860. Dat komt omdat sinds 2018 de berekeningswijze voor deze belasting werd aangepast, als gevolg van de afslanking van de provincies. De onroerende voorheffing bestaat uit drie heffingen:

  • Een gewestelijke (Vlaamse) heffing
  • Een provinciale heffing
  • Een gemeentelijke heffing

Hoe wordt de onroerende voorheffing berekend?

De provinciale en gemeentelijke heffing is een ‘toeslag’ op de gewestelijke heffing. In Oost-Vlaanderen bedroeg het tarief 295 opcentiemen, maar doordat een aantal bevoegdheden van de provincie naar Vlaanderen werden overgeheveld, is het provinciaal tarief gedaald naar 148,47. Het standaardtarief voor de Vlaamse heffing is opgetrokken van 2,5% naar 3,7% van het geïndexeerd kadastraal inkomen. Doordat het Vlaams tarief gestegen is, hebben wij dus het gemeentelijke tarief aangepast, zodat dit geen verhoging zou zijn. Dit klinkt allemaal wat ingewikkeld, maar een voorbeeld zal het misschien duidelijker maken.

We gaan voor ons voorbeeld uit van een geïndexeerd K.I. van 1.000 EUR. Vroeger bedroeg de Vlaamse heffing dus 25 EUR (2,5% van 1.000 EUR). De provinciale heffing bedroeg 295 opcentiemen, dat betekent dat je het Vlaams bedrag moet vermenigvuldigen met 295 en delen door 100. Zo krijgen we 73,75 EUR.  De gemeentelijke opcentiemen bedroegen 1860, dus 25 EUR x 1860 : 100 geeft 465 EUR. In totaal betaalde dit gezin dus 563,75 EUR onroerende voorheffing: Vlaams, provinciaal en gemeentelijk samen.

Doordat Vlaanderen bevoegdheden van de provincies moest overnemen, hadden ze dus extra inkomsten nodig, waardoor het percentage naar 3,7% werd opgetrokken. Dit gezin betaalt voortaan dus 37 EUR heffing aan Vlaanderen. Indien de provincie en de gemeente hun tarief van 295 en 1860 hadden aangehouden, zou dit gezin in totaal 834,35 EUR betalen. Daarom hebben beiden hun tarief van de opcentiemen aangepast: 148,47 voor de provincie, wat 54,93 EUR geeft voor dit gezin (de provincie heeft minder bevoegdheden en dus ook minder geld nodig). De gemeente paste het tarief aan naar 1170, wat op 432,90 EUR komt voor dit gezin, of in totaal 524,83 EUR.

Hoewel het belastingtarief in Moerbeke dus in 2018 werd verlaagd, gaat het dus over slechts een minimale verlaging van de belasting. Maar laat ons voor de eenvoud toch nog vertrekken van het vroegere tarief van 1860.

Wat is het kadastraal inkomen (K.I.)?

Zoals net uitgelegd, wordt de onroerende voorheffing berekend op basis van het kadastraal inkomen van een onroerend goed. Maar wat is nu dat K.I.? Dat is eigenlijk een verhuurwaarde die door de Vlaamse belastingdienst op een woning wordt geplakt. En daar is een probleem mee. In principe (volgens de wet) moet dit tarief elke 10 jaar worden herbekeken. Maar sinds 1975 is dat nooit gebeurd, behalve geïndexeerd. Een woning in Moerbeke wordt dus veel lager ingeschat dan in werkelijkheid (heel wat woningen zouden voor zo’n 400 EUR moeten worden verhuurd volgens deze berekening). Men gaat bij de bepaling van het K.I. nog steeds uit van de situatie van 43 jaar geleden, toen het voor mensen van buiten Moerbeke nog niet aantrekkelijk was om hier te komen wonen. Intussen zijn de prijzen van woningen en bouwgronden hier ook dichter naar de prijzen van de meer verstedelijkte gemeenten geëvolueerd, maar daar houdt het K.I. dus geen rekening mee. En doordat de schatting van de KI’s zo laag is, moet het tarief hoger zijn om hetzelfde bedrag te krijgen. Of nog: als jouw woning in Knokke zou staan, zal het geschatte K.I. hoger zijn dan in Moerbeke. Met een opcentiem van 1500 zou de gemeente voor dezelfde woning dus veel meer krijgen dan in Moerbeke met 1860. En dat is dus ook de reden dat ons tarief in Moerbeke op 1860 moet liggen. In de feiten betekent dit dat het bedrag dat je in Moerbeke betaalt ongeveer hetzelfde is als het Vlaams gemiddelde: een gemiddeld gezin betaalt in Moerbeke ongeveer 720 EUR per jaar aan onroerende voorheffing (gemeentelijk aandeel). In Vlaanderen ligt dat gemiddelde op ongeveer 740 EUR per gezin per jaar.

Hoe doen we het nu vergeleken met andere gemeenten?

Wanneer we met de buurgemeenten vergelijken, zien we dat we daar ook op hetzelfde niveau zitten, zij het dat daar dan soms een lagere belasting op onroerende voorheffing wordt gecompenseerd door een hogere personenbelasting.

Als we daar dan ook nog de aanvullende personenbelasting aan toevoegen, zien we dat een gezin gemiddeld volgende aanvullende personenbelasting aan de gemeente betaalt:

Daarnaast heft een gemeente ook nog heel wat andere (kleinere) belastingen: dat gaat van een forfaitaire gezinsbelasting tot een belasting op opritten. In Moerbeke hebben we nauwelijks dergelijke bijkomende belastingen. Zo betaalt een inwoner in Moerbeke gemiddeld 699 EUR per jaar aan de gemeente, alle belastingen en retributies samen. Dit is een pak lager dan het Vlaams gemiddelde van 881 EUR. Ook in onze buurgemeenten betalen de inwoners meer, met uitzondering van Wachtebeke:

Nu naar de kern van de vraag: gaan wij gefaseerd de belasting op onroerende voorheffing naar 1250 opcentiemen brengen?

Wanneer we dat doen, betekent dit dat de jaarlijkse inkomsten voor de gemeente met 600.000 EUR dalen. Dat klinkt mooi, maar als je weet dat we het momenteel al verhoudingsgewijs bijna 400.000 EUR goedkoper doen dan Lokeren, waarnaar verwezen wordt om het tarief van 1250 te motiveren, dan begrijp je dat dit moeilijk is. We zouden het verhoudingsgewijze met 1.000.000 EUR minder moeten doen. In personeelsleden uitgedrukt, zouden we het met nog zo’n 12 mensen minder moeten doen dan de 30 voltijdse equivalenten die we momenteel hebben.

Er zal drastisch moeten worden gesnoeid in de dagelijkse werking van de gemeente, of we moeten onze schulden verhogen, die we deze legislatuur met meer dan 3,5 miljoen euro hebben afgebouwd. En dat zou dan een belasting voor onze kinderen en kleinkinderen zijn, daar willen wij niet voor tekenen. We bespaarden deze legislatuur al 10% op de dagelijkse uitgaven en dat is geen evidente oefening geweest. Nog eens 10% besparen, is een onhaalbare kaart.

En de ontwikkeling van de site van de suikerfabriek? Daar gaat de gemeente toch ook extra inkomsten uit krijgen?

Dat klopt. Maar vergeet niet dat we jaarlijks door de sluiting ook zo’n 500.000 EUR zijn verloren. Dat was met een bedrijf met zware industrie. Niemand wil opnieuw zware industrie in de dorpskern, dus die inkomsten zullen beperkter zijn dan vroeger. Bovendien zullen er ook extra kosten naar de gemeente komen: onderhoud van die wegen, strooien van het fietspad en de fietssnelweg, onderhoud van het vele groen in die site, … Als we jullie dus zouden voorhouden dat we met deze inkomsten de belastingen naar het Lokerse niveau zouden kunnen brengen, dan maken we jullie iets wijs.

Enige verkiezingsprogramma dat financieel werd uitgewerkt

Ons verkiezingsprogramma is financieel uitgewerkt, en wij zijn de enige partij die een financieel haalbaar programma aan de kiezer presenteert. Daar is geen garantie op een verlaging van de belastingen, wel een garantie dat we ze niet optrekken en we het dus nog altijd bijna 200 EUR per inwoner goedkoper zullen doen dan de gemiddelde Vlaamse gemeente. Die garantie geven we u. En wanneer zou blijken dat er dankzij de ontwikkeling van de suikersite toch ruimte is om de belastingen te verlagen, dan zullen we dat doen. Maar vandaag geven we u daar niet de garantie voor, wij willen u realistische garanties geven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.